Een held van onze tijd

Waanzinnige wijn

26/04/2009 · Geef een reactie

Het buurmeisje was een slanke twintiger met grote borsten en een voorliefde voor aanhangwagens van het merk Hapert. Yves was gek van haar ogen, maar hield dat voor zichzelf.

Op een zekere maandagmorgen in een niet zo ver verleden ging Yves de krant kopen. Op de weg terug stak hij zijn sleutel in het slot van de buren. Hij was zo verdiept in een artikel over de comeback van Verhofstadt dat hij niet doorhad dat hij in de verkeerde deur stond te peuteren. Net wanneer hij vol goesting aan de derde paragraaf begon -  de liberale lijsttrekker voor de Europese verkiezingen wond hem ontzettend op – werd de deur van binnenuit geopend. De ogen van Heidi trokken zijn blik aan als een magneet ijzervijlsel. Yves wist niet wat te zeggen. Heidi wel. ‘Weledele buurman, wat brengt u aan mijn deur?’

Yves voelde het bloed naar zijn wangen stijgen, vreesde dat zijn pupillen zijn hele oog zouden vullen en stamelde dat hij zich van deur had vergist. Heidi  kon ermee lachen. Ze vroeg hem zelfs om binnen te komen. ‘Het is bizar, we wonen nu al drie jaar naast elkaar en we hebben elkaars appartement nog nooit gezien!’ Yves knikte en zweette. Het voelde alsof zijn oksels watervallen waren geworden.

Heidi deed de deur dicht achter Yves en leidde hem naar het salon. ‘Wil je misschien iets drinken?’ Een kopje thee zag hij wel zitten. ‘Dat doet me plezier,’ zei ze, ‘normaal moet ik altijd koffie maken wanneer er bezoek is. Nu kunnen we gezellig een kannetje thee delen. Wil je rozenbottel of munt?’ Lang moest Yves niet twijfelen. Rozenbottel smaakt veel te zoet, een echte wijvendrank. Een echte man drinkt munt.

Na enkele minuten verliet Heidi de keuken met een dienblad waarop een kannetje thee, twee lege kopjes en een doos koeken zachtjes klingelden. Yves vroeg waar haar vader was. ‘Die werkt,’ zei ze. Dat stelde hem gerust. Hij vreesde ervoor dat die kerel ineens zou binnenkomen, hem hier zou zien bij zijn dochter en meteen het ergste zou denken. Nu ja, hij heeft gelijk, dacht Yves, ik denk aan het ergste. Daar zou elke man in deze situatie aan denken.

Yves vroeg of ze soms een kurkentrekker had. ‘Waarom,’ wilde Heidi weten, ‘heb je misschien zin in een flesje wijn?’ Yves was in de war. Hij had die kurkentrekker nodig om een twijgje uit zijn schoenzool te krijgen, niet om een fles wijn te openen. Maar nu ze het toch had gevraagd, wilde hij wel een wijntje. Hij zei dat hij bij de ochtendthee altijd wijn drinkt, en dat hij het altijd al absurd had gevonden om ’s avonds te zuipen. Dan voel je het amper. Overdag heb je na twee glazen genoeg, maar van zodra het donker wordt heb je het gevoel dat je wel een hele fles op kan. Duur is het, en slecht voor de gezondheid. Je slaapt er ook slechter van. Neen, ’s morgens twee glazen wijn, na het middagmaal rustig indommelen en tegen de avond ben je weer klaar om erin te vliegen. Dan kan je tv kijken tot vér na middernacht.

Heidi bekeek hem argwanend. ‘Hoe verklaar je dan dat ik je altijd PMD-zakken vol bierblikjes zie buitenzetten?’ Ja lap, dacht Yves. Betrapt. Maar begaafd als hij was in het fabuleren, verzon hij terstond een verklaring. Hij zei dat zijn vrouw een alcoholica was. Ze leek het te geloven. In haar blik meende hij zelfs empathie te ontdekken. Even dacht hij dat ze hem ging omhelzen. Maar ze stond op, ging naar de keuken en kwam terug met een geopende fles wijn en twee glazen. Yves vulde ze met vaste hand en dronk. Zijn voorbeeld werd gevolgd.

Gedurende enkele minuten zwegen ze. Het was geen ongemakkelijke stilte, eerder een stilzwijgende overeenstemming. Maar Yves begon zich te vervelen. Zwijgend in de zetel wijn zitten drinken kon hij thuis ook. Daar kon de televisie bovendien aan. Hij had nog enkele afleveringen van Jes op zijn Digicorder. Niet veel soeps, maar beter dan kooptelevisie of het beursnieuws op Kanaal Z.

Yves zette zijn glas op tafel en legde zijn hoofd in zijn handen. Hij wilde dat het leek alsof hij elk moment in tranen kon uitbarsten. Heidi legde haar rechterhand op zijn knie en ging met het linker door zijn haar. ‘Alles ok?’ Yves keek op en schreeuwde luidkeels dat alles ‘BUENO VISTA SOCIAL CLUB’ was. Heidi schrok en deinsde terug. ‘Zeg kerel,’ riep ze, ‘zijde gij gek geworden of zo?’ en joeg hem het appartement uit.

Toen hij weer op de gang stond, besefte hij dat zijn krant nog bij haar lag. Heidi schoof ze onder de deur voor hij kon aankloppen. Yves nam zijn krant, ging zijn appartement binnen, liet zich vallen in de zetel en huilde.

‘Waarom ben ik toch zo volstrekt waanzinnig!’

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized

Huizenjacht

25/04/2009 · Geef een reactie

Yves hield niet van spektakels die doorgingen in tenten of geïmproviseerde onderkomens. Een circusvoorstelling zat er niet in, een festival al evenmin. Hij verkoos de veiligheid van stenen bouwsels. Vloeren en plafonds gaven hem zekerheid.

Samen met zijn vriend Frederik ging hij op huizenjacht. Ze kozen een gemeente uit – op willekeurige wijze: ze klikten in het wilde weg op Google Maps – en zochten via immoweb.be naar huizen te koop. Appartementen en huurhuizen waren te saai en niets prikkelde de fantasie van Yves en Frederik meer dan een buitenissig, volstrekt waanzinnig bouwwerk. Liefst lekker modern, met domotica en zonnepanelen op het dak.

Ze deden zich voor als homokoppel. Het kostte enige moeite – de aan koop van enkele verwijfde hemden – maar het werkte. Een man alleen wordt scheef bekeken. Beter gay dan single.

In Moorsele zagen ze een goed afgewerkte woning met een overdreven luxueus interieur. Yves vroeg aan de eigenares of het het huis zonder de meubels en ornamenten nog even knap zou zijn. Ze zei van wel. Maar Yves geloofde haar niet en begon de schilderijen van de muren te rukken, de lederen fauteuils naar de tuin te slepen en de vazen in de kelder op een hoopje te gooien terwijl Frederik haar op zolder verkrachtte.

‘Yves,’ zei Frederik nadat het huis leeggehaald en de eigenares misbruikt was, ‘zijn we nu niet te ver gegaan?’ Yves zei dat hij zich niet zo moest aanstellen en beter met het graven van een put zou beginnen. Frederik deed wat van hem werd gevraagd en begon een graf voor de eigenares te delven.

Ondertussen bekeek Yves de ruimte met volle aandacht en concludeerde dat het huis knap was, al was het nu leeg. De lichtinval was goed en de kleur van de verf creëerde een groot ruimtegevoel.

Terug thuis voelde Yves wroeging opborrelen. Ze hadden in plaats van de eigenares te vermoorden beter het huis gekocht. Nu ging dat niet meer. Het zou stom zijn om nog maar in de buurt van Moorsele te komen. Neen, West-Vlaanderen gingen ze de komende maanden mijden. Je weet maar nooit dat de politie ineens een opstoot van competentie krijgt.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized

Een essay over tieten

18/04/2009 · Geef een reactie

Yves perste zich tussen hele horden wachtende klanten naar de kassa. Hij probeerde voorbij een zwarte man te raken, maar diens brede schouders bemoeilijkten de doorgang. Yves vroeg of hij plaats wilde ruimen. ‘Het is dringend, Mathias wacht thuis met de soep en mijn vrouw is bang dat de beurs nog volatieler wordt. Ze hebben me nodig.’ Yves keek er droevig bij, als een poedel die van de kapper komt.

De zwarte man hield zijn schouders op om duidelijk maken dat hij niet capituleerde en spreidde zijn benen om steviger te staan. De boodschap was duidelijk. De voorbijgestokenen begonnen ondertussen Yves’ wangedrag te hekelen. Sommigen wilden hem terug naar achter sturen, naar het begin van de rij. De vloer wordt hier wel heet onder mijn poten, dacht Yves. Hij liet een appelsien uit zijn boodschappentas vallen en boog om hem op te rapen. Van zodra zijn knieën de grond raakten, glipte hij tussen de benen van de zwarte man. Een behendige man, dacht Yves, ja, dat ben ik wel.

De zwarte man keek raar op toen Yves van onder zijn kruis tevoorschijn kwam. Hij deinsde achteruit en staarde hem onderzoekend aan. Je kon stellen dat hij verbouwereerd was, al is de kans klein dat hij dat woord kende. Yves wachtte niet tot hij tot actie overging en snelde naar de kassa. De tegenstand was zwak. Bejaarden en jonge kinderen in het gezelschap van hun moeder, niemand met een postuur om hem tegen te houden. Hij geraakte tot bij de kassa. De dame voor hem had net betaald, het was zijn beurt. De caissière weigerde zijn winkelwaren in te scannen. Ze zei dat zijn gedrag onaanvaardbaar was. Yves liet zich niet doen. ‘Mijn oma,’ zei hij, ‘moet dringend een nieuwe luier om en het melkpoeder is bijna op. Mijn nonkel is niet in staat het huishouden alleen te runnen. Hij belde me daarnet om te zeggen dat hij zijn rug bezeerde bij het optillen van de wandkast. De afstandsbediening lag eronder nadat mijn oma ze naar zijn kop had gegooid. Ik huiswaarts keren om vrede te stichten! Laten we mij noemen een pacifist ten prooi gevallen aan het overhaast getik van de tijd! Kunt u voor haastige pacifisten geen uitzondering maken?’

Ze bekeek hem alsof hij had bekend Hugo Claus te haten en begon zijn winkelwaren te scannen. ‘Dat is dan 37 euro 23,’ zei ze. Hij betaalde en verliet de winkel. Op weg naar zijn auto hoorde hij gejoel. Yves begon te lopen maar werd ingehaald. De zwarte man nam Yves bij de linkerschouder, keek hem recht in de ogen en stak zijn hand uit. ‘U bent uw portefeuille vergeten.’ Yves stamelde ‘bedankt’ en stapte in zijn wagen. Het voelde alsof hij de dood in de ogen had gekeken. Hij veegde zijn angstzweet met zijn mouwen weg en draaide de sleutel in het contact. Kalm reed hij van het parkeerterrein. Een halfuur later was hij thuis.

Yves opende de voordeur en zette de zakken in de keuken. Het bier meteen in de frigo, de appelsienen in de berging. Op weg naar de badkamer schakelde hij de tv in. Terwijl hij zijn darmen leegde, hoorde hij het nieuws. VTM, dacht hij, de televisie is afgestemd op VTM. Hoe is dat mogelijk? Heb ik er gisterenavond naar gekeken? Achteloos was hij erop beland toen hij wegzapte van Arte, dat een documentaire over Chinese kunst uitzond. Hij haatte Chinese kunst. Het plotse besef naar VTM gekeken te hebben was nefast voor zijn stemming. Hij had meer van zichzelf verwacht. Op zijn minst Canvas. Dat is een deftige zender, dacht hij, en hij reinigde zijn reet met hard want dun en goedkoop papier. Aan luxe had hij nooit gehecht. Zolang hij maar proper was. Je weet nooit dat er zich opeens een buitenkans voordeed, dat een straathoer hem voor het bescheiden bedrag van 12 euro een rimjob wilde geven. Alleen al de gedachte aan een glibberige tong in zijn kont deed hem rillen van genot. Hij nam nog een velletje en wreef. Het deed pijn, maar de wetenschap dat zijn kont ervan blonk als een gepoetste biljartbal verzachtte het lijden. Het ging weer de goede kant op met zijn humeur. Nog een mop van de scheurkalender en zijn gemoed kon niet meer stuk.

Hij zette zich in de zetel met een pint en zapte naar een andere zender. Voor VTM was de avond te jong en hij te nuchter. En de programma’s te slecht. Onzin als ‘Wipeout’ deed hem zijn geloof in de mensheid verliezen. Canvas dan maar. Na een kwartier ‘A Touch Of Frost’ was hij de zender voor deftige mensen alweer beu. Hij had het niet op Britse detectivereeksen. Een genre voor huisvrouwen die meedenken met rechercheurs bij gebrek aan suspense in het eigen leven, dacht hij. Er is een reden waarom thrillers geen literatuur zijn, en er is vast ook een reden waarom detectives geen goede tv zijn. Van zodra ik die ken laat ik het Canvas weten. Dan kunnen ze wat beters programmeren. Iets met tieten bijvoorbeeld. Tieten waren goed vertegenwoordigd in de literatuur. Cultureel gezien zeer correct.

Voor het overige gebeurde er die avond niet veel. Al viel Yves wel in slaap na slechts 9 pinten gedronken te hebben. Een hele verbetering vond hij. Normaal had hij er 12 nodig. Waarschijnlijk had het geholpen dat hij de tv had uitgezet en in ‘Ulysses’ was begonnen. Literatuur, vond Yves, is slaapverwekkend als er geen tieten aan te pas komen. Ooit wou hij er een essay over schrijven, over tieten in de literatuur, maar tot het zover kwam zou hij vooral niets blijven doen. Alles leek zo onzinnig vergeleken met zijn essay. Dus sliep hij maar in.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized

Yves haat bakkers en academici

18/04/2009 · Geef een reactie

Yves voelt zich verheven boven Herbert Hubert en Jan Raapman. Boven Hubert omdat-ie een bakker is en Yves geen brood lust. Boven Raapman omdat-ie een academicus is wiens boeken over de geschiedenis der Nederlanden saaier zijn dan het naar het Tobiaans vertaalde werk van Hemmerechts.

Het probleem met academici, vindt Yves, is dat ze niet onder economische druk staan. Hun boeken moeten zich niet bewijzen in boekhandels en bestsellerlijsten. Er zijn genoeg studenten om ze aan op te dringen. Yves vindt dat een vorm van dwang die een plaats verdient in het strafrecht. Om die dwang een halt toe te roepen overweegt hij zich bij de aankomende verkiezingen kandidaat te stellen. Er is vast nog wel een partij die om een lijstvormingsrelletje verlegen zit. Als ze maar in de media komen. Als hun voorzitter maar zelfingenomen en netjes gekapt in TerZake verschijnt om de partijlijn te verdedigen terwijl de presentator behendig tracht te verbergen dat hij er geen rotte radijs om geeft.

Yves zou graag op de derde plaats staan. Liefst op een lijst van CD&V. Van zodra hij in het parlement zit en het opdringen van boeken aan studenten heeft verboden zal hij de hele santeboetiek tegenwerken met de hardnekkigheid van een pedofielenjager die in zijn jeugd tientallen lullen in zijn kont kreeg en alleen nog maar aan wraak kan denken.

Beginnen zal Yves met verdeeldheid binnen de partij te zaaien. Interne strubbelingen zijn verwoestender dan aanvallen van buitenaf, die de partijcohesie zelfs kunnen versterken. Yves heeft al enkele ideeën. Hij zal een netelige kwestie tot spilpunt van het maatschappelijk debat maken. Namelijk: mogen homo’s elkaar kussen in de nabijheid van kleuters? Ethisch gezien valt dat te betwistsen. Sommige christendemocraten zullen het zedenschennis vinden, andere christendemocraten zullen dat ook vinden maar niet zeggen om niet ouderwets en bekrompen over te komen. Yves vermoedt dat de gemoederen hoog zullen oplaaien. Hij zal ervan profiteren om een referendum te organiseren. De meningen zullen verdeeld zijn. De partij zal splitsen. Yves zal nog enkele jaren in het parlement blijven om zijn wedde op te strijken.

Daarna schrijft hij er een boek over dat een bestseller wordt. Met de toptien van de bestverkochte boeken trekt hij dan naar Jan Raapman om hem in het gezicht uit te lachen.

Yves wacht een toekomst vol heldendaden.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized

Kankerverwekkend chroomzout

18/04/2009 · 1 reactie

Yves was geen fan van het Chinese volk. Hij vond het maar een bende mammonaanbidders zonder keukenhygiëne. Lelijk bovendien. De meisjes zijn wel knap. Niet zo knap als Japanse meisjes, maar knapper dan Nederlandse. Zonder twijfel. Ooit ging hij naar bed met een Nederlandse meid. Ze hield van houten tafels maar niet van tafelen. Ze at liever in de badkamer. Ze had een ziekte: boulimie. Na elke maaltijd kotste ze. Ze vond het handig om in de badkamer te eten. De wc-bril werd voor het schransen naar boven gezet zodat hij niet vuil werd. Yves at niet op de badkamer. Hij vond dat nogal goor. In feite vond hij het absurd dat ze überhaupt at. Ze zei dat ze een bourgondische meid was.

Bouilimie en bourgondie sluiten elkaar blijkbaar niet uit. Dat is een van de – eerlijk gezegd nogal weinige – dingen die Yves in zijn – eerlijk gezegd nogal vlakke – leven leerde. Hij voelde zich een wijs man. Niet te wijs. Te wijze mensen vervelen zich snel. Ze hebben altijd alles door. Het enige wat Yves snel doorhad, was welke eetstoornis iemand had. Nadat hij zich in de spiegel achtervolgens uitgebreid bestudeerd en ondervraagd had, besloot hij dat hij er geen had. Hij werd er niet echt blij van. Hij voelde zich altijd neerslachtig. Huilen deed hij niet. Dat verhevigde de emoties alleen maar. Niets doen was effectiever. Ooit droogt elke emotie uit. Als een dadel in de zon.

Een Chinese meid die zich onder de naam Lu-Wang in zijn stad begaf, trok op een zekere maandagmorgen zijn aandacht. Haar blonde haren vielen meteen op. Blonde haren zijn hoogst uitzonderlijk voor een Aziatische meid. Lu-Wang had ze waarschijnlijk geverfd. Dat maakte het nog spectaculairder. Het was een daad gesteld uit vrije wil. Het hoogste goed in onze liberale democratie. Vraag dat maar aan de liberalen. Lu-Wang was geen liberaal, integendeel, ze stelde zich voor als christendemocrate. Dat deed Yves geen plezier. Hij had het niet op christendemocratische meiden begrepen. Ze hielden te weinig van Jezus en te veel van Kris Peeters. Nochtans was de eerste de knapste. Die had tenminste nog lange manen. Kris Peeters heeft alleen zijn naam mee. Zo uniek. Zo perfect. Zo Kris.

Yves had geen behoefte om nog langer met Lu-Wang te praten maar ze hield er niet mee op. Ze bleef maar ratelen over het personalisme en haar huisdier Fredo, een albinokonijn. Een schattig knaagdier dat alles onderpiste. ‘God, wat een kutbeesten zijn konijnen eigenlijk,’ zei Yves. Lu-Wang ging er niet mee akkoord. Ze begon terstond de dierenrechten te declameren, waarbij ze haar rechterhand op haar hart legde. Het was een excuus voor Yves om naar haar borsten te kijken. Niet veel soeps, zelfs voor een Aziatische meid. Hij begon het beu te worden en stak een handvol kroepoek in haar mond. Ze kon alleen nog wauwelen. Yves beet haar toe dat ze ook Vlaams mocht praten en liep naar de bushalte. Hij stapte in een willekeurige startklare bus en vertrok naar een hem onbekende locatie. Spannend, dacht hij. Hij had weer zin in avontuur.

De bus arriveerde drie kwartier later in Kruishoutem. Yves hield niet van die plaats. Hij kocht twee kratten pils, bezatte zich en kotste die nacht de kerk van Kruishoutem onder. Wraak, dacht hij. Hij moest denken aan zijn Nederlandse ex en pinkte een traantje weg. ‘Goede meid,’ zei hij, ‘dit is voor jou: bweeeurk.’

→ 1 ReactieCategorieën: Uncategorized

Een betrekking als pedofielenjager

18/04/2009 · Geef een reactie

Yves voelde zich bij tijd en wijle nutteloos. Hij had werk maar dat was saaier dan een Fins televisieprogramma over autobanden. Op TerZake – een zeer nuttig programma op Canvas, een zender voor deftige mensen – had hij een mollige man met sjofele snor en hitlerjugendkapsel horen praten over diens website tegen kinderporno. Nu interesseerde kinderporno Yves niet echt. Ten eerste geraak je er niet zomaar aan, ten tweede is het strafbaar. Niet bepaald ideale eigenschappen voor een nieuwe hobby, laat staan een betrekking. Maar strijden tegen kinderporno leek hem wel blits. Wat is er leuker dan pedofielen aan de schandpaal nagelen? Alsof je moeder Theresa bent, maar dan stoerder. En niet zo dood.

Onze held begon met het versturen van een mail naar de pedofielenjager.

“Beste, ik ben Yves. Een held van onze tijd. Ik heb twee aardappelmessen en een viscerale haat voor al wie kindertjes bepotelt. Ik kan u helpen. Zeg me wat ik moet doen en ik doe het. U bent mijn heiland. U bent mooi. Kus me.”

Yves kon zijn liefde voor de pedofielenjager niet onder stoelen of banken of ander meubilair steken. Misschien dat ze nog net paste onder die grote tafel van Het Laatste Avondmaal. De mens weigert liefde uit vrees haar kwijt te spelen, om iets te doen wat zo schokkend is dat de ander zijn liefde voortaan schenkt aan mishandelde huisdieren zoals hamsters die levend in de kerstboom gehangen worden om de wreedheid van het katholicisme te onderstrepen. Het is nu eenmaal een wreedaardige godsdienst. Het is normaal dat mensen er in opstand tegen komen. Volkomen normaal.

De pedofielenjager antwoordde niet. Een week lang liet hij niets van zich horen. Yves werd er moedeloos van. Hij ging naar het interimkantoor om te vragen of er geen betrekking als pedofielenjager voorhanden was. Ze bekeken hem alsof hij net had bekend op Ivan De Vadder te geilen. Sommige dingen worden, hoe tolerant onze samenleving inmiddels ook is, niet aanvaard. Geilen op De Vadder is daar een voorbeeld van. Jean-Marie Dedecker een held noemen een ander. Al is hij het wel. Als een van de weinige politici durft hij over alles te praten. En met praten kan je tegenwoordig ver komen. Yves kent iemand die louter door te lullen aan de kost komt. Hij is er niet jaloers op. Hij zou allang uitgeluld zijn. Hij is zoals Philippe Geubbels, maar dan zonder die neurotische manier van spreken die alles wat hij zegt grappig maakt. Van enige inhoud kan je hem echter niet verdenken. Yves vond ook zichzelf wat leeg.

De leegte van zijn mailbox viel al evenmin te ontkennen. De pedofielenjager had nog altijd niets van zich laten horen. Zou hij geen tijd hebben? Yves besloot het over een andere boeg te gooien. Hij moest die job krijgen, hij had er nu al genoeg naar verlangd. Ooit moet elk verlangen verworpen of ingewilligd worden. En hij was nog niet in staat het te verwerpen. Dat zou hij pas binnen anderhalve week kunnen. Dan zou hij mosseltester willen worden: iemand die praat met mossels en ze vermoordt als ze antwoorden. Niemand wil een beest met een bewustzijn eten. Dat kan men de restaurantbezoeker niet aandoen.

Yves vond een pedofiel uit. Hij noemde hem Barry. Barry De Bock, zeventwintig jaar en werkzaam in de bouw, vergreep zich in 2003 aan een broekventje dat in de metro zijn portefeuille wilde stelen. Barry gaf hem zijn verdiende loon. Yves gaf geen details, wel een adres. Hij wachtte vijf dagen en – warempel! – Barry De Bock verscheen op de site van de pedofielenjager. Nu, dacht Yves, is het tijd voor wraak. Hij belde naar de pers, zei dat Barry niet bestond en liet de journalist de rest doen. Op het adres bleek de zoon van Jean-Marie Dedecker te wonen. De pedofielenjager werd aan de schandpaal genageld. Jean-Marie Dedecker diende een klacht in en won de verkiezingen. De pedofielenjager werd gestraft en pleegde zelfmoord.

Yves had de markt vrijgemaakt. Zijn enige concurrent hield ermee op. Maar net voor Yves de jacht wilde inzetten, belde de dame van het interimkantoor. Ze had een job voor hem. Het was niet als pedofielenjager, maar het kwam in de buurt. Hij mocht beginnen als verkoper in een warenhuis. Elke verdachte man met een lange jas die snoepjes kwam kopen werd door Yves formeel in verdenking gebracht. Hij sprak de verdachte aan en ondervraagde hem. Hij wist wanneer ze logen. Hij voelde dat aan. Hij had naar ‘Lie To Me’ op VT4 gekeken. Hij las de verdachten als een open boek.

Eén man loog. Hij zei dat hij zich niet tot kinderen aangetrokken voelde, maar zijn lichaamstaal sprak dat tegen. Yves verkocht hem oplawaai van jewelste en klopte zich op de borst. Fier als een gieter die zonet alle planten in de Koninklijke Serren bespoten had. Het kostte hem wel zijn werk. Hij keerde terug naar zijn oude job en besloot zich nooit meer in een dergelijk avontuur te verliezen. Zijn leven was al gek genoeg.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized

Erotisch avontuur met Miranda

17/04/2009 · 1 reactie

Enkele maanden geleden ging Yves met een goede vriendin op café. Ze dronken Jägermeister. Hij vond het goor, zij hield ervan, dus liet hij niets merken en kapte het gekruide bocht naar binnen. Na negen Jägermeisters had hij genoeg. Hij ging naar de wc om zijn blaas te ledigen maar eindigde ermee het urinoir vol te kotsen. Misschien had hij toch iets te veel op. Aan het wastafeltje reinigde hij zijn mond met lauw water en resten zeep die aan de kraan kleefden. Miranda had niets door, ze was te dronken om te merken dat zijn adem stonk. Yves zei dat hij nu wel genoeg had gezopen. Hij wilde naar huis gaan. ‘Mijn planten bewateren zichzelf niet.’ – ‘Dat is onbeleefd,’ zei ze. ‘Je laat een vrouw niet zomaar achter.’ Ze wil meegaan, dacht Yves, en waarom niet?

Eenmaal ze in zijn woonkamer waren, zette ze zijn muziekinstallatie aan. Ze hoopte op een zacht walsje of wat jazz – een galante man als Yves zou de radio wel op Klara hebben afgestemd – maar haar gezicht vertrok alsof ze net haar grootvader naakt had gezien toen geen Schubert of Cale maar Monster Magnet weerklonk. Een heftig nummer op trommelvliessplijtend volume. Yves voelde zijn lichaam reageren op de muziek. Zijn bekken begon te bewegen en zijn armen sloegen tegen zijn bovenbenen. Hij begon zelfs luid mee te zingen. Hij hield wel van die muziek. Altijd al was hij weg van hard gitaargedreun. Ja, hij genoot er intens van tot Miranda hem toeschreeuwde dat het nu wel welletjes was geweest. Ze had geen behoefte aan dat ‘wild gerammel’.

Yves stond voor een dilemma. Zou hij kiezen voor het recht zijn lievelingsmuziek in zijn eigen appartement te draaien, of zou hij doen wat elke geile man zou doen: de muziek afzetten en haar kleren uittrekken. Hmm. Hij trok de stekker uit en meteen sloeg ze haar armen rond zijn lichaam. Hij voelde haar warmte en rook haar parfum. Veelbelovend. Als ze overal zo lekker rook…

Met zachte hand en stijve penis – al verborg hij die door hem tegen zijn buik te duwen – leidde hij haar naar zijn slaapkamer. Hij deed het nachtlampje aan en nam een klein houten doosje. ‘Wat zit daarin?’ wilde Miranda weten. ‘Nieuwsgierige meid!’, zei Yves terwijl hij zijn hoofd schuin hield en grijnsde. Hij legde het doosje op het nachttafeltje en kroop over de matras naar Miranda, die ondertussen aan de andere zijde van het bed haar schoenen uitdeed en ze mooi naast elkaar zette. Het was een nette dame. Yves was ook net, maar niet in bed. ‘O neen, schatje, als je het netjes wil doen, moet je niet bij mij zijn!’ Ze keek hem verwonderd aan. ‘Wat bedoel je?’ – ‘Wel,’ zei hij, ‘ik heb het graag wild.’ – ‘Wild?’ – ‘Sluit je ogen en laat je leiden door mijn handen en mijn stem.’ Hij sprak het woord ‘stem’ uit als een zware roker wiens keel zijn klinkers raspte.

Ze was geschrokken van Yves’ metamorfose – op café was hij zacht en onderdanig, nu nam hij de touwtjes onbeschaamd in handen – maar wilde niets liever dan zich aan hem over te geven. Yves wist dat alle vrouwen dat willen, geëmancipeerd of niet.

Met zijn rechterhand trok hij zachtjes aan haar schouder zodat ze recht tegenover elkaar kwamen te zitten. Haar ogen waren nog steeds gesloten. Yves lachte binnensmonds met een zin die ineens in hem opkwam. ‘Met geloken ogen werd ze ondergespoten.’ Even bekroop hem de zin om zijn lul boven te halen en zodanig snel te rukken dat hij haar onder kon spuiten voor ze haar kapsel kon bedekken. Maar dan, viel hem in, zou het afgelopen zijn voor vandaag. Neen, het het doosje moest geopend en de inhoud gebruikt. Hij zou nog even moeten wachten met ejaculeren, en afzien van het plan dat op haar gezicht te doen.

Terwijl ze daar kalm en vol gistende lust voor hem zat, deed hij rustig zijn kleren uit tot hij nog slechts zijn onderbroek aanhad om dan even te twijfelen en ook die van zijn benen te stropen. Hij voelde aan zijn geslacht. Zijn penis was warm, zijn ballen fris. Groot ook, vond hij, ja, die ballen zijn niet klein. Je kan er een kindermond mee vullen. Hij speelde er wat mee tot zijn penis zich oprichtte, maar die deed dat niet zo enthousiast als hij had verwacht. Nu ja, Miranda had nog alles aan. Er viel weinig te zien. Hij verplaatste zijn hand van zijn kruis naar haar bekken en trok haar shirt over haar hoofd. Om haar broek uit doen, duwde hij haar zachtjes achteruit tot ze languit op het bed lag. De knoop van haar broek was zo open en binnen vijf tellen lag ze op de matras in haar sokken, slip en beha. Die sokken mochten aanblijven, van blote voeten was hij nooit gek geweest. Het slipje trok hij rustig uit terwijl hij genoot van de aanblik van haar benen. Gladgeschoren en zonder letsels. Niet eens een moedervlek. Yves begon minder helder na te denken maar leek steeds beter te weten wat hij moest doen. Hij streelde haar kuiten, haar dijen en ging dan hoger, opende haar beha en ontblootte haar borsten. Ze waren mooi, vol. Hij bracht haar hand naar zijn schaamstreek. ‘Voel,’ zei hij, ‘voel wat je me aandoet.’

Hij nam het doosje van het nachttafeltje en stak het in haar mond. Ze leek even te protesteren maar liet hem dan doen. Waarom hij het in haar mond stak wist hij niet, het was volkomen onzinnig. Het enige voordeel was dat hij nu beide handen vrij had. De linker om het doosje te openen, de rechter om eruit te halen wat erin zat: een buttplug. Een kleine zwarte buttplug die hij vijf jaar geleden had laten maken in Ghana, naar het model van de dikke roze penis van een buldog die hij dood op straat had gevonden. Nu vind je in Afrika wel vaker dode honden op straat, maar een dode hond met een stijve penis leek Yves toch uitzonderlijk. Hij bracht het beest naar een seksspeeltjesfabriek, betaalde er een klein fortuin, en ging enkele dagen later – twee weken vroeger dan gepland, maar zoals gezegd kostte die buttplug een klein fortuin – naar huis met zijn klein zwart ding. De hoofdingenieur van de seksspeeltjesfabriek had hem nog gevraagd of hij niet liever een roze exemplaar had gehad, zodat het echt op een hondenpenis leek, maar Yves voelde zich beledigd en schreeuwde als een bezetene toe dat hij geen viespeuk was die op hondenpenissen geilde.

Yves haalde het doosje uit Miranda’s mond en gaf haar de buldogbuttplug. Ze bevoelde het, opende zoals beloofd haar ogen niet, en vroeg of het een dildo was. ‘Bijna,’ zei Yves, ‘je bent in de buurt.’ – ‘Een… buttplug?’ – ‘Jawel!’ Ze keek wat bedremmeld. Haar gezicht legde zich in een plooi die angst suggereerde. ‘Ga je dat echt in mijn kont steken?’ Yves stelde haar meteen gerust. Er zou helemaal niets in haar anus terechtkomen. Zelfs als ze het wilde. Die buttplug hoorde maar in één anus thuis. De zijne. ‘Moet ik hem er… bij jou… insteken?’ Yves legde zijn lul op haar lippen om haar duidelijk te maken dat ze niets moest zeggen. Ze interpreteerde die handeling echter verkeerd en slokte zijn eikel op. Een dame met talent, dacht Yves. Haar tong draaide cirkeltjes rond zijn eikel terwijl haar hoofd zachtjes naar voren en naar achteren wiegde. Met haar linkerhand nam ze zijn enorme rechterbal in handen en speelde er mee. Yves raakte opgewonden, té opgewonden, en bevoelde haar vagina. Vochtig als de muren van een beschimmeld krot. Zo vochtig dat hij wist: als mijn penis nog maar in de buurt van haar vagina komt, wordt hij terstond opgeslokt.

En jawel, de praktijk bewees het. Als een mes door koelkastsmeerbare boter gleed hij bij haar binnen. Ze namen de missionarispositie aan en hij stootte zachtjes. Niets forceren, dacht hij, het mag nu nog niet eindigen. Hij gaf haar de buttplug zonder iets te zeggen. Ze stak hem in haar mond en probeerde hem in zijn kont te rammen. Zachtaardig was ze niet. Ze was opgewonden en had geen tijd voor proberen. Hij moest erin, hij zal erin. Toch lukte het niet. Ze stak hem weer in haar mond, in zijn kont, in haar mond, in zijn kont, in haar mond enzovoort tot het lukt en hij de buurt bijeen schreeuwde. ‘Godverdomme dit is goed!’ Met de buttplug in zijn aars en zijn penis in en uit haar vagina bleef hij stoten tot het eruit gutste. Als een waterval vloeide het naar buiten. Het was warm en zacht. De eruptie was zodanig krachtig dat de buttplug eruit vloog en naast zijn bed belandde. Miranda begon te schreeuwen maar Yves deed lustig voort. Hij wilde komen. Hij wilde haar volspuiten. Zonder ejaculatie ging dit niet eindigen, hield hij zich voor. Ook al begon ze tegen te stribbelen – klapwiekend met haar armen probeerde ze hem met haar benen van zich af te duwen – hij wilde van geen ophouden weten. Hij hield vol tot hij even later een kanjer van een orgasme kreeg. Pas vijftien seconden later tot hem door wat hij had gedaan. Hij had Miranda ondergescheten.

→ 1 ReactieCategorieën: Uncategorized

Necessiteit

13/04/2009 · Geef een reactie

De wereld draaide altijd al rond de zon. Het heliocentrisme was reeds een feit toen iedereen dacht dat de aarde nog in het midden stond. Zo zag Yves ook zijn situatie. In feite, bedacht hij, ben ik toch de belangrijkste mens ter wereld. Niemand heeft tenslotte gedaan wat ik deed. Niemand heeft op zondag 13 maart 1987 tegen zijn tante Ann gezegd dat kinderen krijgen niets voor hem is maar dat hij wel een pekinees overweegt. Geen puppy, o neen, wel een zindelijk asieldier dat in huis kan worden losgelaten zonder dat tafelpoten en pantoffels voor hun gaafheid moeten vrezen. Alhoewel, begon Yves te twijfelen, misschien is die redenering niet waterdicht. Iedereen deed dingen die niemand anders deed. Daarom zegt men ook: iedereen is uniek. Hij besefte dat hij zich bevond in een penibel predicament. Uniciteit was blijkbaar géén geldig argument.

Misschien, dacht Yves, valt mijn centraliteit wel te verklaren vanuit mijn necessiteit. Ik ben nodig, zonder meer. Als ik er niet was, zou u, de lezer, dit niet lezen. En wat zou u dan wel doen? U kan gissen maar zekerheid zit er niet in. Het is perfect mogelijk dat u helemaal niets had gedaan, dat het tijdvak waarin u dit leest leeg is. Als Yves er niet was geweest, had u even niet geleefd. Hij is dus nodig. Yves geeft vulling aan uw leven, onttrekt uw bestaan aan het niets. Yves is een zingever en bijgevolg onmisbaar. Toch houdt ook dit argument geen steek. Het impliceert immers dat iedereen die u bezighoudt onmisbaar is, dat iedereen zingever is. In feite is heel dit gedachtenexperiment ronduit waanzinnig. We leven in een deterministische wereld waarin niets anders kon gebeuren dan het gebeurde.

O maar, dacht Yves, moet ik nu mijn premisse aan de kant schuiven? Ben ik niet het centrum van de wereld? Ben ik slechts een willoos brokstuk dat rond iets veel belangrijkers cirkelt? Goed mogelijk. Maar waar cirkel ik dan rond? Of beter: waar cirkelt de mens rond?

De penis. Het scrotum. De ballen en de slurf.

Lichamelijk gezien klopt het. Het lichaam is rond het kruis gebouwd. Onderaan benen en bovenaan armen middel en hoofd. De navel ligt nog iets centraler, maar wordt overtollig na de geboorte. Het is een reliek. Een overschotje van de tijd in de baarmoeder. Het geslacht is daarentegen van groot belang. Er wordt mee geloosd en gevuld, gespoten en geluld. Het verwekt kinderen en – wanneer de kanker zich in de ballen nestelt – kan het leiden tot de dood.

Alles zit vervat in de piemel.

En de vrouw dan, hoort Yves u al komen, draait die ook rond de penis?

Wel ja, zegt Yves, de vrouw wil toch een penis in haar lichaam. Of het nu is om kinderen of orgasmes te krijgen maakt niet uit. Zolang hij er maar in zit.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized

Yves schrijft niet

10/04/2009 · Geef een reactie

Als Yves een schrijver was, zou hij de volgende tip geven:

Schrijf. De rest – structuur, plot, grammatica – volgt later wel. Uiteindelijk moet je eerst de kraan openzetten, de gedachten in woorden op papier kwakken. Een hele poos nadenken en een mindmap maken en je bek onderschijten klinkt misschien fancy maar uiteindelijk bereik je er niets mee. Je stelt de daad gewoon uit. Het is zelfs erger: je onderwerpt de daad aan een hoop voorwaarden. Je maakt het jezelf alleen maar moeilijker.

Ideaal is blijven schrijven tot je honderdduizend woorden hebt, daar iets uit te puren dat steek houdt – whatever een steek is – en het dan als een diligente inktkoelie te bewerken tot het klopt als een slagader. Vol leven! En ook wel als een bus. Maar dat impliceert die steek al.

Conclusie: onzin mag en kan. Zolang je later de scalpel maar bovenhaalt en aan het amputeren slaat.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized

Zwart-wit redt de verwarde geest

10/04/2009 · Geef een reactie

Wat gelukkig maakt is of animaal, of verheven.

Het is of de lichamelijke sensatie van zitten in de namiddagzon met bier, of het lezen van Musil en beseffen dat er toch iemand het leven begrijpt.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized