Het is laat. De zon heeft het eindelijk opgegeven. Dit deel van de aarde, daar waar Yves resideert, omarmt de duisternis met beide handen. Het donker brengt afkoeling met zich mee, verlossing van de hitte.
Vandaag wandelde Yves door Brussel. Hij ging een winkel met feestartikelen binnen, zag een vriendin van hem staan in een café in het centrum en ontfutselde haar een boek over overheidsfinanciën, scoorde een gratis fles witte wereldwinkelwijn voor zijn geliefde, kocht jasmijnthee in een Chinese supermarkt. Ook liet hij zich tezamen met een brigade Turken en Marokkanen transporteren tot een tramhalte nabij een warenhuis van Lidl-signatuur. De sekt kostte 2,69 euro en ook de rijst was billijk geprijsd. Hij nam beide mee naar huis. Daarna betaalde hij een Marokkaanse slager voor pikante worst en kippenworst. Tomaten en komkommers had hij thuis nog liggen.
De mensheid is dom, vindt Yves. Ze laat zich leiden door de geruchten en leugens die de media verspreiden. Hij rebelleert daartegen, kiest de kant van de underdogs, sympathiseert met groene jongens, Turken en rauwkost. Hij doet het niet omdat het zo hoort, uit principe, maar omdat hij genegenheid voelt voor groene jongens, Turken en rauwkost. Is hij een slechte Vlaming? Hij is geen Vlaming. Hij woont in Brussel.
Vandaag ging hij naar een kerk. Nog zo’n voorbeeld van een underdog. Een wereldwijd netwerk van oude mannen en praalgebouwen, maar een underdog. In het schip van de kerk vond Yves koelte. Hij gaat liever in een kerk zitten dan te betalen voor een cocktail in een café vol hipsters. In de kerk voelt hij zich niet bekeken, heeft hij niet het gevoel dat hij moet pronken met zijn mooie schoenen, of dat de ander uit is op zijn geld. In de kerk kan hij zich nog mens voelen.
De kerk is net als de trein een bastion van beschaving. Maar de Vlaming is niet geïnteresseerd in beschaving. Die wil een dieselwagen van het werk, niet geloven in God maar wel de schone schijn ophouden in de kerk — van extravagante trouwpartijen tot communiefeesten waarvoor zelfs de armen diep in de buidel tasten.
Yves zegt altijd: de Vlaming is een parvenu. Het beste bewijs is, vindt hij, het VT4-programma Komen eten. Daarin doen zelfs toiletdames zich voor als leden van een adellijk geslacht. Ze hebben nog nooit van Perzië gehoord en een boek lezen doen ze alleen als er foto’s van tomaten of sardinen instaan, maar als de gastheer durft te zondigen tegen de ijzeren wetten van de etiquette, zouden ze in staat zijn hem met het zorgvuldig geslepen lemmet van hun Piet Huysentruyt-keukenmes de keel over te snijden.
De Vlaming is een parvenu die eenmaal hij een job heeft en zich aan de greep van zijn ouders kan ontworstelen, een huis bouwt en kleding draagt van Prada of Armani. Of toch tenminste een auto van een Duits merk koopt. Of klompen en een bakfiets. De Vlaming legt geld op tafel en glimt van trots. Hij werkt in een fabriek maar kan zich dankzij ons door ACW verdedigd sociaal model status en keukenmessen kopen.
Yves is in de war. Misschien is iedereen wel een parvenu. Wie is er immers echt beschaafd? Zijn het niet de baronnen en de bedrijfsleiders en de topbankiers die zich ten aanzien van kamermeisjes en schoenpoetsers als beesten gedragen? Zijn we niet allemaal dienaren van de mammon, geilen we niet allemaal op aanzien en macht sinds we uit Eden werden verdreven?
Yves wil terug naar Eden. Hij verlangt naar een paradijs, naar anarchie, naar zijn eigen avocado’s kweken, naar orde, naar bier. Maar het paradijs kan je niet kopen bij Torfs of in de Apple Store. Het paradijs is weg. En het is maar in de kerk dat Yves dat ten volle beseft. Daar wordt niet gedaan alsof het paradijs op aarde kan worden bereikt. Priesters veroordelen ijdelheden in hun preken.
Yves beseft nu dat hij al die jaren, die talloze jaren die hij leefde als atheïst en lid van de trotse gilde der vrijdenkers die Dawkins en Hitchens lezen — enfin, die er toch al eens over hebben gelezen, middels een recensie’tje en een interview hier en daar — dat hij na al die jaren eindelijk de kerk waaraan zijn grootmoeder zo gehecht is op waarde schat. Hij haatte de kerk omdat de Vlaming op de christendemocraten stemt en er zijn zonen en dochters laat dopen en trouwen terwijl IEDEREEN TOCH VERDOMME WEET DAT ER GEEN GOD IS.
Nu beseft Yves dat de Vlaming niet alleen een parvenu en een hypocriet is, maar dat de Vlaming ook een obstakel vormde tussen hem en de wijsheid dat het paradijs bereiken in dit leven niet aan de orde.
Zou Yves het de Vlaming vergeten? Is hij voldoende underdog?
Neen.